Reactie van Jack van Midden, directeur Stichting Aanpak Overlast Amsterdam, naar aanleiding van het artikel in De Telegraaf over SAOA/straatcoaches van zaterdag 05 maart 2011
Stichting Aanpak Overlast Amsterdam houdt zich bezig met gevoelige kwesties in onze samenleving zoals (jeugd)overlast, veiligheid en leefbaarheid. Bovendien wordt onze aanpak gefinancierd met publieksgelden. Wij begrijpen dan ook heel goed dat onze organisatie transparant dient te acteren. Sterker nog, wij vinden het niet meer dan logisch dat het publiek over onze werkzaamheden wordt geïnformeerd. Voor hen doen wij immers de aanpak van jeugdoverlast. Echter, wij distantiëren ons van het eenzijdige beeld dat de Telegraaf op zaterdag 5 maart jl. over ons heeft geschetst.
Vanaf 2006 is de Stichting Aanpak Overlast Amsterdam (SAOA), bezig met de aanpak van jeugdoverlast. Straatcoaches worden het hele jaar, 7 dagen per week, ingezet op straat om jeugd aan te spreken en grenzen te stellen en gezinsbezoekers bezoeken de ouders van overlastveroorzakende jongeren. Hierbij wordt nauw samengewerkt met de stadsdelen en de politie.
De aanpak van de afgelopen jaren heeft geleid tot goede resultaten. De jeugdoverlast is sterk afgenomen en de informatiepositie, van wat op straat gebeurt, is toegenomen.
Het werk stelt hoge eisen aan de straatcoaches, het is zwaar en intensief en het vereist veel vaardigheden om met de jeugd op straat om te kunnen gaan. De straatcoaches worden opgeleid aan de straatcoachacademie. SAOA let voortdurend op de kwaliteit van de straatcoaches, niet alleen op de manier waarop ze op straat hun werk doen maar ook welke informatie wordt verkregen.
"In een stad als Amsterdam is op straat elke dag wat te doen en zijn er altijd bijzonderheden te melden. Daarbij wordt van straatcoaches verwacht dat ze die bijzonderheden signaleren en rapporteren. Dat is een van hun kerntaken. Op basis van die informatie kan weer gericht worden ingezet. Een quotum is echt nonsens. Daar is geen sprake van. Wel dienen straatcoaches voortdurend actief te zijn en te melden wat het resultaat is van hun activiteiten. Dat daarbij eisen worden gesteld aan de manier waarop het werk wordt uitgevoerd, is niet meer dan logisch."
De aanpak van jeugdoverlast is voortdurend in ontwikkeling en vereist ook dat straatcoaches in staat zijn mee te gaan met die ontwikkelingen. " Wangedrag van straatcoaches, blowen/luiheid, is weleens voorgekomen maar wordt keihard aangepakt. "
"Het is beslist niet zo dat SAOA op eigen houtje acteert. Meldingen van straatcoaches worden gelegd naast informatie van de stadsdelen. Het totaalplaatje, hoe een jongere ervoor staat, wordt op die manier duidelijk. Daarnaast blijkt uit de rapportages van de straatcoaches waar en wanneer de jeugdoverlast plaatsvindt. Gecombineerd met de informatie van onder andere de politie en het meldpunt zorg en overlast van een stadsdeel, wordt vervolgens door het stadsdeel de inzet van de straatcoaches bepaald. "
De afname van de jeugdoverlast, heeft inmiddels geleid tot vermindering van de inzet van straatcoaches in een aantal stadsdelen. Daarnaast worden in perioden van minder overlast, zoals gedurende de winter, minder straatcoaches ingezet en in drukkere perioden, voorjaar en zomer, juist meer straatcoaches. De capaciteit die niet structureel wordt ingezet in de stadsdelen, wordt gebruikt voor een stedelijk flexteam. Dit team is op afroep beschikbaar en kan stadsbreed worden ingezet op die plaatsen waar op dat moment de jeugdoverlast het grootst is.
Stichting Aanpak Overlast Amsterdam heeft inmiddels officieel geageerd tegen het artikel in de Telegraaf. Indien u meer informatie wenst, kunt u contact opnemen via info@aanpakoverlast.nl.